Moet je hoogbegaafde leerlingen ondersteunen bij concept mapping?

11 Aug

Onderzoek heeft aangetoond dat het maken van concept maps, een techniek ontwikkeld door Novak,  over het algemeen tot goede leerresultaten leidt. Leerlingen hebben over het algemeen baat bij ondersteuning bij concept mapping. Lenneke van der Molen (Universiteit Twente) onderzocht in haar masterthesis of hoogbegaafde leerlingen uit groep 7 en 8 (11 jaar) deze ondersteuning ook nodig hebben. Deze blogpost vat de voornaamste conclusies samen.

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat concept mapping een effectief middel is voor het leren van nieuwe kennis. Concept mapping zet aan tot dieper nadenken en helpt bij het begrijpen van relaties tussen concepten (Santhanam, Leach, & Dawson, 1988). Leerlingen die gebruik maken van concept maps kunnen de geleerde begrippen beter toepassen dan leerlingen die geen gebruik maken van concept maps (Parkes, Zimmaro, Zappe & Suen, 2000). Uit onderzoek van Novak en Gowin (1984) komt naar voren dat leerlingen en docenten die concept maps maken, vaak opmerken dat zij nieuwe relaties herkennen en nieuwe kennis opdoen. Concept mapping kan gezien worden als een activiteit die creativiteit zou kunnen aanspreken (Novak & Gowin, 1984). Concept maps kunnen worden ingezet bij een leertaak. Het kan bijdragen aan het aanleren van kennis omdat gefocust moet worden op de concepten en de bijbehorende relaties van een kennisdomein (Novak & Gowin, 1984).

Leerlingen hebben over het algemeen baat bij ondersteuning bij concept mapping. Uit onderzoek van Reader & Hammond (1994) blijkt dat advies van belang is voor studenten om hun concept map te construeren. Chang, Sung & Chen (2001) lieten zien dat support studenten kan helpen bij het herzien en complementeren van hun concept maps.Lenneke van der Molen (Universiteit Twente) onderzocht of hoogbegaafde leerlingen uit groep 7 en 8 (ongeveer 11jaar) deze ondersteuning ook nodig hebben. Zoals ze aangeeft in haar eindwerk hebben ze “andere kenmerken en manieren van leren dan hun leeftijdsgenoten, zij hebben baat bij een andere benadering binnen het onderwijs”.

van der Molen verdeelde 54 hoogbegaafde leerlingen willekeurig over twee groepen. Beide groepen kregen een tekst over fotosynthese met de opdracht om een concept map op te stellen. De ene groep ontving hierbij geen ondersteuning. De andere groep kreeg wel ondersteuning bij het opstellen van een concept map. Hiervoor werd gebruik gemaakt van de adviezen die door Novak & Cañas (2006) worden gehanteerd, aangepast aan de doelgroep. Na afloop kregen alle leerlingen een kennistest (open vragen), gericht op concepten binnen het domein en op relaties en/of processen tussen deze concepten. De kwaliteit van concept maps werd geanalyseerd op basis van het scoringssysteem van Novak & Gowin (1984).

Wat waren de verwachtingen?

  • De verwachting was dat hoogbegaafde leerlingen die ondersteuning ontvangen bij het maken van een concept map, een grotere kennistoename zouden hebben ten aanzien van het kennisdomein dan hoogbegaafde leerlingen die geen ondersteuning ontvangen.
  • Ook werd verwacht dat deze hoogbegaafde leerlingen kwalitatief betere concept maps maken dan hoogbegaafde leerlingen die geen ondersteuning ontvingen bij het maken van hun concept map.
  • Bovendien werd verwacht dat bij toename van de kwaliteit van de concept map, de kennistoename ook zou toenemen.
  • Een meer specifieke verwachting was dat hoogbegaafde leerlingen die ondersteuning ontvangen bij het maken van een concept map, de processen en relaties beter zouden weergeven in de concept map en daardoor ook een grotere kennistoename zouden hebben ten aanzien van de relaties van het kennisdomein dan de hoogbegaafde leerlingen die geen ondersteuning ontvingen.

Wat waren de resultaten?

Hieronder zijn de belangrijkste resultaten weergegeven ten aanzien van de kennistoename, de kwaliteit van de concept maps en relaties tussen de kennistoename en de kwaliteit van de concept maps.

  • Kennistoename: beide groepen nam de kennis toe na het opstellen van een concept map. Tussen de twee condities werden echter geen verschillen qua kennistoename gevonden, hoewel vooraf werd gedacht dat hoogbegaafde leerlingen die ondersteuning zouden ontvangen een grotere kennistoename zouden hebben.
  • Kwaliteit concept map: De leerlingen die geen ondersteuning kregen maakten kwalitatief betere concept maps dan de leerlingen die wel ondersteuning kregen. De concept maps van de leerlingen zonder ondersteuning bevatten meer niveaus. Deze resultaten sluiten niet aan bij de verwachting   dat de leerlingen met ondersteuning betere concept maps zouden maken. In tegenstelling tot bij de gemiddelde leerling, zijn de conceptmaps van hoogbegaafde leerlingen  kwalitatief minder goed wanneer ze stap voor stap ondersteund worden in het maken van een concept map.van der Molen geeft verschillende mogelijke verklaringen. Hoogbegaafde leerlingen maken meer referenties naar hun eigen kennis en minder naar de informatie die wordt gegeven bij een opdracht (Coleman & Shore, 1991). Ze pakken opdrachten liefst op hun eigen manier aan (Betts & Neihart, 1988). Een andere verklaring gaat uit van het creatief vermogen van hoogbegaafden. Novak & Gowin (1984) zien concept mapping als een creatieve activiteit, en creatief denkvermogen is één van de eigenschappen van een hoogbegaafde leerling (Renzulli, 1978). De leerlingen zonder ondersteuning hadden alle vrijheid om hun concept map op te stellen. De leerlingen met ondersteuning werden mogelijk beperkt in hun creativiteit door de instructies waardoor hun creativiteit en kennis niet volledig benut werd.
  • Kennistoename en kwaliteit concept map: Alle hoogbegaafde leerlingen hebben kennis opgedaan, maar de leerlingen die kwalitatief betere concept maps hebben gemaakt, hebben geen grotere kennistoename in vergelijking met de leerlingen met kwalitatief mindere concept maps. Dit resultaat sluit niet aan bij de verwachting dat wanneer de kwaliteit van de concept map toeneemt, de kennistoename groter zou zijn.Wel komt naar voren dat wanneer de crosslinks in een concept map toenemen, de kennis van de leerlingen van de relaties van fotosynthese ook toeneemt. Voorafgaand aan het onderzoek werd verwacht dat hoogbegaafde leerlingen die ondersteuning zouden ontvangen bij het maken van een concept map, de processen en relaties beter weer zouden geven door middel van crosslinks en niveaus in de concept map. Om die reden werd eveneens verwacht dat leerlingen uit de conditie met ondersteuning ook een grotere kennistoename ten aanzien van de relaties van fotosynthese zouden hebben. Uit de resultaten bleek dat het aantal crosslinks in de concept map en de kennistoename van relaties van fotosynthese van leerlingen uit de conditie zonder ondersteuning correleert. Deze uitkomst sluit gedeeltelijk aan bij de verwachting.

    Tussen het aantal niveaus en de kennistoename van relaties en processen is geen verband gevonden, dit sluit niet aan bij de vooraf opgestelde verwachting. Blijkbaar kunnen de leerlingen meer niveaus in een concept map niet omzetten in meer kennis, maar crosslinks wel. van der Molen verklaart dit door het gegeven dat er gewerkt is met tijdslimieten. De leerlingen kregen tien minuten de tijd voor het maken van de kennistoets, en twintig minuten voor het construeren van de concept map. Nieuw onderzoek zou uit moeten wijzen of de kennis toe zou kunnen nemen wanneer de leerlingen meer tijd hebben voor het verwerken van de kennis. Ook zou coöperatief leren zou volgens van der Molen bij kunnen dragen aan het omzetten van kennis: “Bij coöperatief leren worden leerlingen gestimuleerd om actief met de informatie bezig te zijn door dit te bewerken, toe te passen of te oefenen. Wanneer leerlingen met elkaar over de stof praten, moeilijke concepten uit moeten leggen en hun kennis extern moeten maken, zullen zij de stof actief benaderen waardoor de kennis toe kan nemen (van der Linden, Erkens, Schmidt & Renshaw, 2000). Bij toekomstig onderzoek zouden leerlingen in dit geval hun gemaakte concept map met de crosslinks en niveaus daarin, uitvoerig moeten bespreken met andere leerlingen.

van der Molen concludeert dat “concept mapping voor hoogbegaafde leerlingen een geschikte tool is voor het leren van een nieuw kennisdomein. Het sluit aan bij hoogbegaafde leerlingen en hun creatieve denkvermogen en hun vermogen om kennis als samenhangend geheel te zien, doordat bij concept mapping de creativiteit wordt aangesproken en de kennis samenhangend gerepresenteerd moet worden.” Evenwel toont haar onderzoek aan dat er een verschil is in de ondersteuning die wenselijk is bij leerlingen om tot een optimaal resultaat te komen. Binnen een klas zouden hoogbegaafde leerlingen zelfstandig een concept map kunnen maken terwijl er bij gemiddelde leerlingen ondersteuning kan worden voorzien bij het construeren van een concept map.

Bron: Ondersteuning bij concept mapping door hoogbegaafde leerlingen – Effect op kennis en kwaliteit, Masterthese Lenneke van der Molen, opleiding Psychologie Instructie, Leren en Ontwikkeling, Universiteit Twente, 2013

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: