Betere schoolresultaten? Test jezelf!

26 Aug

Heel wat jongeren huiveren wanneer ze te horen krijgen dat er een test gepland staat. Testen worden door de meesten gezien als een ‘noodzakelijk kwaad’ (met de nadruk op het tweede woord), eigen aan onderwijs, waar ze liefst zo weinig mogelijk mee worden geconfronteerd. Eén van de mogelijke verklaringen hiervoor is dat er bij zo’n test meestal heel wat op het spel staat.

Wat vele jongeren uit het oog verliezen, of zich mogelijk niet van bewust zijn, is dat het afleggen van een test het leren versterkt! Honderden experimenten tonen aan dat een ‘oefentest’ (of meerdere), waarbij er in tegenstelling tot bij een eindtest niets op het spel staat, het leerproces versterkt en ervoor zorgt dat je de leerstof beter onthoudt. Zo’n oefentest kan op heel wat manieren gebeuren: via steekkaarten, oefeningen in een handboek, een online-test, enzovoort.

In de studie ‘Applying Cognitive Psychology to Education’ (Dunlosky, Rawson, Marsh, Nathan and Willingham) wordt de kracht van deze techniek uitvoerig beschreven. In deze blogpost zetten we de voornaamste conclusies op een rijtje.

Waarin schuilt de kracht van een oefentest?

Uit heel wat onderzoek (o.a. Runquist, 1983) blijkt dat proefpersonen vaak significant beter scoren op een eindtest wanneer na een studeersessie reeds naar hun kennis werd gepeild via een oefentest dan wanneer dit niet het geval was. Uit een studie van Roediger en Karpicke (2006b) kregen studenten een tekst voorgeschoteld om in te studeren. Een groep kreeg erna een oefentest. De andere groep mocht de tekst opnieuw instuderen. Op de eindtest die een week later werd afgenomen bleek de testgroep een pak beter te scoren dan de ‘studiegroep’ (56% vs 42%).

Volgens sommige onderzoekers zit de kracht van oefentest zowel vervat in directe effecten (d.i. veranderingen in leren die optreden als gevolg van het afleggen van een test) als mediërende effecten (d.i. veranderingen in leren die ontstaan door de invloed van de test op de aard en de omvang van de verwerking van de informatie).  Eén van de effecten zou erin bestaan dat een oefentest herinneringsprocessen (ophalen van informatie uit het langetermijngeheugen) triggert. Doordat je bepaalde informatie tracht op te halen in je langetermijngeheugen activeer je ook gerelateerde informatie. Die wordt vervolgens mee gelinkt aan de informatie die je wilt oproepen waardoor je herinnering wordt versterkt en er meerdere geheugensporen worden gecreëerd. Zo is achteraf makkelijker om de informatie op te roepen.

Hoe algemeen zijn de effecten?

De meeste onderzoeken hebben het effecten van oefentesten onderzocht in vergelijking met situaties waarin er geen oefentest werd toegepast of waarbij de proefpersonen de mogelijkheid kregen om de leerstof opnieuw in te studeren. Sommige hebben het effect van verschillende soorten oefentesten vergeleken om na te gaan welke aanpak het beste werkt.

  • In heel wat onderzoeken werd een positief effect aangetoond aan de hand van ‘cued recall’, d.i. een methode  waarbij er aan de hand van een term gepeild wordt naar het gerelateerde begrip. Maar ook andere testvormen tonen een positief resultaat, zoals vrije herinnering (wat heb je onthouden?), vragen waarbij er een kort antwoord moet worden gegeven, invuloefeningen, meerkeuzevragen of vragen waarbij er informatie moest worden afgeleid, oefeningen waarbij er voorspellingen moeten worden gemaakt of zelfs wanneer de oefentest een openboek test was.
  • De vorm van de oefentest en eindtest hoeven niet gelijk te zijn. Opmerkelijk is dat een oefentest het leren ook kan stimuleren wanneer deze qua vorm (bijvoorbeeld ‘wat heb je onthouden?’) afwijkt van de soort test die later als eindtest wordt afgenomen (bijvoorbeeld meerkeuzevragen).
  • De aard van de oefentest speelt ook een rol. Sommige soorten oefentesten blijken beter te werken dan andere. Glover (1989) vergeleek oefentesten waarbij er gewoon werd gepeild naar wat men had onthouden (free-recall) met invuloefeningen en een herkenningstest. De eerste optie leidde tot betere resultaten. De laatste leverde het minste resultaat op. Ook in andere studies lijkt ‘free-recall’ het telkens te halen, ongeacht de wijze waarop de eindtest verloopt. Hoewel meer onderzoek nodig is, lijkt het erop dat een oefentest waarbij de vragen uitvoeriger moeten worden beantwoord meer resultaat opleveren dan testen waarbij er bijvoorbeeld enkel bepaalde begrippen moeten worden ingevuld of dingen herkend worden.
  • Ook het aantal oefentesten die worden ingepland hebben een grote invloed op het
    uiteindelijke effect. Meer oefentesten leiden meestal tot een beter eindresultaat,  net als wanneer er meer juiste antwoorden werden gegeven tijdens de oefensessies.
  • Tenslotte is ook het tijdstip of tijdsinterval waarmee de oefentesten worden ingepland van belang. Wanneer de verschillende testen meteen na elkaar in eenzelfde sessie plaatsvinden is er bijna geen effect merkbaar. Anders wordt het wanneer de testen gespreid worden over een langere tijdsperiode. Hoe langer de tijd tussen twee oefentesten, hoe groter het effect. ( Er werden al effecten vastgesteld bij tijdsintervallen van minder dan 20 minuten maar die effecten konden oplopen tot zelfs een interval van 5 jaar). Oefentesten lijken dus een duurzaam effect te hebben op kennisoverdracht.
  • Spelen de persoonlijke eigenschappen (leeftijd, voorkennis, capaciteiten) van de studenten een rol? Leeftijd blijkt geen verschil op te leveren. Het positief resultaat werd vastgesteld vanaf kleuters tot bij studenten in het hoger en universitair onderwijs.  Uit één studie blijkt het effect even sterk bij zowel studenten met een sterke als met een zwakke voorkennis.  Het test-effect blijkt ook los te staan van de intellectuele capaciteiten van de proefpersonen. Zowel sterke als zwakkere proefpersonen lijken evenveel rendement te halen uit de aanpak, waarbij de personen met een hogere leesvaardigheid nog net iets beter scoren.
  • Oefentesten blijken niet alleen een invloed te hebben op het materiaal dat wordt getest maar ook op de herinnering van informatie die hiermee gerelateerd is maar niet werd getest.
  • Sommige onderzoeken hebben aangetoond dat deze aanpak meer rendement oplevert dan bijvoorbeeld het gebruik van concept-maps, notities maken of mentale beelden gebruiken.

Is het effect van toepassing op alle lesmateriaal?

De methode lijkt toepasbaar op alle materiaal, zowel qua vorm als qua inhoud

  • In heel wat studies waarin het testeffect werd vastgesteld werden woordenlijsten (woord/vertaling; woord/synoniem; titel/auteur; …) gebruikt. Ook  bij feitenkennis (trivia, algemene kennis) blijkt de aanpak te werken.
  • Het onderwerp lijkt weinig invloed te hebben. Zowel wetenschappelijke, geschiedkundige als psychologische teksten werden gebruikt. De methode bleek effectief in het aanleren van de vermenigvuldigingstafels, spellingslijsten, woordenschatlijsten, kernbegrippen
  • Oefentesten werkten ook wanneer ze werden toegepast op videobeelden en animaties.
  • Ook het leren van visuele of ruimtelijke informatie (bv. locaties op een landkaart) wordt versterkt door ze te testen.

Leidt de aanpak ook tot diepere kennis?

  • Hoewel heel wat onderzoek vooral heeft gepeild naar effect op het onthouden van feitenkennis, lijkt de aanpak ook tot een beter begrip te leiden. Studenten scoorden beter op testen waarbij ze informatie moesten afleiden of toepassen.
  • Uit andere studies blijken er ook andere vormen van transfer op te treden. Zo bleken proefpersonen beter in staat tot het classificeren van nieuwe vogels nadat ze oefentesten hadden afgelegd in vergelijking met wanneer ze enkel de informatie opnieuw ingestudeerd hadden.

Het belang van feedback!

  • De mate waarin oefentesten voor meer leerrendement zorgen dan het louter opnieuw bestuderen van het lesmateriaal blijkt gekoppeld aan de mate waarin er feedback wordt voorzien (bijvoorbeeld het tonen van de juiste antwoorden). Oefentesten met feedback scoren beter dan oefentesten zonder feedback. Neem je de feedback weg dan is altijd verschil in rendement met het gewoon opnieuw instuderen.
  • Een bijkomende reden om feedback te voorzien is dat je op die manier het ontstaan van ‘hardnekkige’ fouten in de kiem kunt smoren. Wanneer er geen feedback wordt voorzien bestaat de mogelijkheid dat studenten foutieve antwoorden als juist gaan interpreteren en zo opslaan. Gelukkig blijken deze fouten niet zo heel vaak voor te komen, waardoor ze de effectiviteit van de techniek niet in het gedrang brengen.
  • Moet de feedback onmiddellijk na de test worden gegeven? Neen! Het blijkt zelfs dat studenten er baat bij hebben wanneer de feedback enige tijd later wordt gegeven.

Het eindoordeel?

De techniek vraagt geen al te grote tijdsinvestering, zeker niet meer dan de tijd die nodig is om iets opnieuw door te nemen. Hij kan bovendien zonder al te veel training vooraf zelf worden toegepast door de jongeren, bijvoorbeeld door steekkaarten. Heel vaak biedt het lesmateriaal al mogelijkheden (extra oefeningen met sleutels) die hiervoor kunnen gebruikt worden. Wel lijkt het aangewezen om jongeren mee te geven op welke manier ze het meeste rendement kunnen halen uit deze strategie, namelijk door hen te wijzen op de doeltreffendheid van de verschillende soorten testen, het aantal testen en de tijdsintervallen tussen de verschillende testmomenten. In de klas kun je als docent makkelijk meerdere oefentesten inlassen tijdens de les. Uit onderzoek blijkt dat meerdere testen over een kleiner deel van de leerstof vaak tot een beter resultaat leiden dan minder testen over een groter lessenpakket, niet alleen op vlak van schoolresultaten maar ook op vlak van algemene tevredenheid met betrekking tot het vak.  Die tevredenheid zorgt dan mijn inziens mogelijk voor meer intrinsieke motivatie waardoor jongeren ook via die weg tot betere leerprestaties worden gestimuleerd. Een win-win situatie dus! Ben je overtuigd? Dan kun je deze aanpak meteen zelf uittesten! Heb je er zelf al ervaring mee als leerkracht of tijdens je eigen studies? Laat het ons weten!

Bron: Applying Cognitive Psychology to Education, John Dunlosky, Katherine A. Rawson, Elizabeth J. Marsh, Mitchell J. Nathan, and Daniel T. Willingham, Psychological Science in the Public Interest January 2013 vol. 14 no. 1
doi: 10.1177/1529100612454415

Advertisements

2 Reacties to “Betere schoolresultaten? Test jezelf!”

Trackbacks/Pingbacks

  1. Leerstof beter verankeren met de +1 routine | Leren.Hoe?Zo! - 19 september 2015

    […] Wil je meer weten over de kracht van het testing effect? Lees dan o.a. deze eerdere blogpost. […]

  2. Betere schoolresultaten? Test jezelf! | Onderwi... - 22 september 2015

    […] Heel wat jongeren huiveren wanneer ze te horen krijgen dat er een test gepland staat. Testen worden door de meesten gezien als een ‘noodzakelijk kwaad’ (met de nadruk op het tweede woord), eigen aa…  […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: