Geheugentechnieken vallen (soms) door de mand!

18 Aug

Al sinds de oude Grieken worden er verschillende mnemotechnische middelen gebruikt om het onthouden en oproepen van informatie te vergemakkelijken. Bij de meeste technieken wordt er gebruik gemaakt van mentale verbeelding, d.i. je tracht mentale beelden op te roepen met betrekking tot de informatie die je moet onthouden waardoor je de informatie makkelijker kunt onthouden en oproepen.

Hoewel er heel wat indrukwekkende getuigenissen bestaan van mensen die via deze methodes tot opmerkelijke geheugenprestaties in staat zijn (je moet zeker eens de TED-talk van Joshua Foer bekijken), blijkt er ook wat scepsis over deze methoden te bestaan. Bovendien valt de ‘bewezen effectiviteit’ van deze methodes soms tegen. Andere  studies tonen dan weer aan dat deze technieken werken. Daarom leek het me interessant om een (voorlopige!) balans op te maken.

Welke mnemotechnieken zijn er populair?

Misschien wel de meest eenvoudige mnemotechniek bestaat erin om met de eerste letters van een aantal termen die je wilt onthouden een nieuw bestaand of fictief letterwoord of acroniem te vormen, zoals bijvoorbeeld ROGGBIV (een acroniem voor de kleuren van de regenboog).

Eén van de bekendste technieken is  de ‘link methode’. Hierbij vorm je van elk woord dat je moet onthouden een krachtig mentaal beeld dat je vervolgens op een opvallende manier koppelt aan het beeld van het vorige woord dat je moest onthouden. Zo krijg je een opeenvolgende reeks van beelden waarbij elk beeld idealiter het volgende beeld oproept in je geheugen.

Een andere populaire staat bekend als de ‘methode van loci’ of virtuele reismethode. Hierbij worden de items die je moet onthouden gekoppeld aan plaatsen in een ruimte (bijvoorbeeld je huis) of herkenningspunten op een vast traject, bijvoorbeeld de weg van thuis naar school. Acteurs in het oude Griekenland memoriseerden lange monologen door de inhoud ervan te koppelen aan verschillende plaatsen in het theater. In tegenstelling tot bij de link methode zou het vergeten van één item niet noodzakelijk tot gevolg hebben dat ook de andere items worden vergeten.

Een derde populaire methode is de ‘kapstok methode’. Hierbij worden een aantal ‘kapstokken’ ingestudeerd waaraan je vervolgens de woorden linkt die je moet onthouden. Er bestaan verschillende systemen. Eén daarvan is het nummer-rijm systeem waarbij je een reeks woorden inprent die rijmen op een specifiek getal (1 = teen, 2 = zee, 3 = ski, …).

Mnemotechnische middelen doorgelicht

In heel wat studies werd reeds onderzocht hoe effectief deze methodes zijn in vergelijking met de gewone strategieën die meestal worden toegepast om informatie in te prenten, zoals bijvoorbeeld het luidop herhalen van woorden.

  • Letterwoorden: Hoewel letterwoorden een heel populaire geheugensteun zijn die door heel wat studenten worden gebruikt is er nauwelijks empirisch bewijs die ook het nut van deze techniek bevestigt. Nelson en Archer (1972) getuigden nog van een positief effect op korte termijn van letterwoorden die door de onderzoekers werden bedacht maar heel wat anderen (Carlson, Zimmer and Glover; Boltwood and Blick, Grunberg and Waite, Blick and Boltwood) stelden geen significante positieve effecten vast. Morris and Cook vonden ook geen positief effect voor het gebruik van letterwoorden bij onsamenhangende termen maar wel bij het herinneren van de volgorde van eerdere ingeprente begrippen. Waarom er geen positief efffect van letterwoorden kan worden aangetoond is niet meteen duidelijk. Eén van de mogelijke verklaringen is dat deze techniek er niet voor zorgt dat de te onthouden informatie betekenisvoller wordt.
  • Mentale beelden: Heel wat mnemotechnische middelen maken gebruik van levendige mentale beelden om termen beter te onthouden of aan elkaar te koppelen.
    • Uit onderzoek (Bower, 1972) blijkt inderdaad dat het eenvoudige advies om beelden te gebruiken kan helpen als een krachtige geheugensteun. Het lijkt daarbij bovendien belangrijk dat de beelden op een zo krachtig mogelijke manier op elkaar inwerken.
    • Het idee dat de mentale beelden zo bizar mogelijk moeten zijn lijkt niet te kloppen (Wollen, Weber, & Lowry, 1972; Wood, 1967).
    • Het effect van mentale beelden werd ook onderzocht door Brahler en Walker (2008). Zij testten de effectiviteit van de ‘Dean Vaughn Medical Terminology 350 Total Retention System’. Studenten in medische richtingen moeten heel wat medische begrippen en pre- en suffixen memoriseren. Deze instructiemethode wil dit vergemakkelijken. De begrippen die gekend moeten zijn, zoals bijvoorbeeld ‘gastro‘, worden gelinkt aan een woord dat gelijkaardig klinkt, bijvoorbeeld ‘gas truck’. Vervolgens roep je een mentaal beeld op van dit woord dat je daarna op een onlogische manier wijzigt zodat het medische begrip aan de betekenis kan worden gekoppeld. Zo zou je een grote ‘gas truck’ kunnen inbeelden waarbij er een maag als aanhangsel is vastgemaakt. Uit het onderzoek van Brahler en Walker bleken de studenten die deze techniek aangereikt kregen en werden aangespoord om een mentaal beeld te vormen en dat achteraf ook op flashcards uit te werken een significant hoger leerrendement te hebben dan een controlegroep die niet met de methode vertrouwd werd gemaakt en de termen gewoon letterlijk aangereikt kreeg samen met hun betekenis (zonder de opdracht om een mentaal beeld voor te stellen) en een ‘gemengde’ groep die hetzelfde materiaal aangereikt kreeg als de controlegroep maar wel in een andere situatie reeds deze methode had ervaren maar nu geen expliciete opdracht kreeg om ze toe te passen. Achteraf stelden de onderzoekers ook vast dat de studenten die deze methode hadden gebruikt de termen niet alleen langer konden onthouden in vergelijking met studenten die de methode niet hadden gebruikt maar dat ze ook een beter tekstbegrip hadden van wetenschappelijke teksten doordat ze niet voortdurend meer de betekenis van bepaalde begrippen moesten opzoeken. De Dean Vaugh Medical Terminology 350 total Retention System werd intussen ook met succes ingezet in diverse andere opleidingen. Ook de studenten gaven aan de methode met succes te gebruiken in andere contexten.
    • In de blogpost ‘Visualiseren leidt (soms) tot een beter tekstbegrip‘ wordt er dieper ingegaan op het nut van mentale beelden bij het lezen van teksten.
  • De link methode kan ervoor zorgen dat je meer items onthoudt dan wanneer je gewoon mentale beelden oproept (Morris en Stevens, 1974). Bovendien is het via deze methode ook makkelijker om de woorden in een bepaalde volgorde te onthouden. Het gevaar bij deze methode bestaat erin dat als je een beeld vergeet, je vervolgens ook de volgende beelden niet meer kunt oproepen.
  • De kapstokmethode: De methode kan in heel wat gevallen worden ingezet: het aanleren vreemde woorden; de definitie van moeilijke begrippen onthouden; het onthouden van landen en hun hoofdsteden; de namen en beroepen van mensen inprenten, enzovoort. Ook jongeren met leerproblemen lijken baat te hebben bij deze methode (Jitendra, Edwards, Sacks & Jacobson, 2004). Bovendien helpt deze methode niet enkel om bepaalde informatie beter te onthouden maar ook bij bepaalde transfertaken zoals het vormen van zinnen met nieuw aangeleerde woorden (McDaniel & Pressley, 1984) en het inzetten van nieuw verworven woordenschat in een nieuwe context (Mastropieri, Scruggs, & Mushinski Fulk, 1990).

Toch zijn er ook beperkingen verbonden aan deze methode.

    • Smith en Noble (1965) gebruikte de kapstokmethode om lijsten van 10 specifieke lettercombinaties (medeklinker-klinker-medeklinker) te laten inprenten. Deze methode bleek vooral een voordeel op te leveren wanneer de lettercombinaties weinig betekenisvol waren. Hoe betekenisvoller het materiaal, hoe minder effect deze mnemotechniek bleek te hebben.
    • Bugelski et al (1968) stelden vast dat de kapstokmethode beter werkt wanneer de informatie aan een trager tempo ((4 tot 8 seconden per item) werd aangeboden. Wanneer het tempo hoger lag hadden de proefpersonen vermoedelijk te weinig tijd om de informatie te hercoderen en in te prenten.
    • De methode lijkt vooral goed te werken wanneer je met ‘kapstok vriendelijk’ materiaal te maken hebt. In andere gevallen kan de methode ervoor zorgen dat je het net minder makkelijk onthoudt (Hall, 1998).
    • Tijdens heel wat experimenten werden de kapstokwoorden en beelden vaak aangereikt door de onderzoekers. Weinig studies hebben onderzocht of studenten op een succesvolle manier hun eigen kapstokwoorden kunnen creëren. Diegene die dat wel hebben gedaan zijn niet eenduidig. Soms vergemakkelijken de eigen kapstokwoorden het onthouden (Shapiro & Waters, 2005), maar soms ook niet (Shriberg, LEvin, McCormick, & Pressley, 1982; Thomas & Wang, 1996).
    • Bovendien blijkt de kapstokmethode niet altijd te leiden tot duurzaam onthouden. Hoewel de kapstokmethode bij een test kort na het instuderen vaak tot betere resultaten leidt dan wanneer men de leerstof letterlijk inprent, scoort de laatste groep op lange termijn (een week later) vaak beter (Wang et al 1992). De kapstok-methode lijkt ervoor te zorgen dat je iets sneller vergeet (tenzij er meerdere herhalingsmomenten worden ingelast). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat je telkens alle mentale beelden moet decoderen om de gevraagde informatie opnieuw op te roepen. Dit kan, vooral op langere termijn, vrij moeilijk zijn waardoor het niet meteen meer duidelijk is wat het beeld nu ook alweer precies moest oproepen.
    • Ook in specifieke klassituaties heeft de kapstokmethode tot gemende resultaten geleid. Levin, Pressley, McCormick, Miller en Shriberg (1979) toonden aan dat de methode voordeel oplevert bij het aanleren van Spaanse woordenschat. Maar andere studies (Levin et al, 1979; Willerman and Melvin, 1979) konden dan weer geen voordeel aantonen van de kapstok-methode.
    • De gemengde resultaten (zeker op langere termijn) en het feit dat deze methode meestal ook een zekere training vereist in het aanleren of verzinnen van kapstokwoorden en het feit dat niet alle leerstof even kapstokvriendelijk is, doet Dunlosky et al (2013) ertoe besluiten dat er andere technieken (i.e. retrieval practice) bestaan die minder inspanning vergen en minstens even efficiënt zijn om informatie te onthouden.
  • De methode van loci: Eén van de meest effectieve mnemotechnische middelen is de methode van loci. (De Beni & Cornoldi, 1985; Groninger, 1971; Luria, 1968; Roediger, 1980; Ross & Lawrence, 1968; Verhaeghen & Kliegl, 2000; Wang & Thomas, 2000).
    • Er werd aangetoond dat deze methode even effectief is voor het aanleren van abstracte informatie als concrete informatie (Wang & Thomas, 2000)
    • Heel wat studies hebben aangetoond dat de methode heel effectief is voor het aanleren van woordenlijsten maar de resultaten voor tekstpassages zijn minder uitgesproken (De Beni & Moe`, 2002, 2003; Krebs,Snowman, & Stanley, 1978; Snowman, Krebs, &Lockhart, 1980).
    • De methode is doeltreffender wanneer het materiaal dat moet worden ingeprent mondeling wordt aangereikt in plaats van schriftelijk. (Cornoldi & De Beni, 1991; Moe` & De Beni, 2005)
    • Bellezza and Reddy (1978) toonden aan dat de methode beter werkt wanneer je zelf een traject uitkiest dan wanneer je een aangeboden traject gebruikt. Evenwel is het cruciaal om personen die nog niet met de methode vertrouwd zijn vooraf duidelijke instructies te geven over hoe zo effectieve mentale beelden kunnen genereren voordat ze goede mentale locaties kunnen creëren.
    • Sommige onderzoeken benadrukken belang dat de mentale beelden ongewoon, raar, onlogisch of absurd moeten zijn (Lorayne and Lucas, 1974). Anderen (Perensky and Senter, 1970; Senter & Hoffman, 1976) stelden geen extra effect vast bij bizarre beelden, zolang de gekozen beelden concreet, levendig en emotioneel geladen waren.
    • Uit onderzoek (Massen et al, 2009) blijkt dat personen die de instructie kregen om de methode van loci toe te passen op een traject naar hun werk, significant meer gegevens konden onthouden dan de personen die de methode van loci toepasten op een traject in hun huis, ongeacht de aard van het materiaal dat ze moesten onthouden. Eén van de mogelijke verklaringen is mogelijk dat op het virtuele traject naar het werk de verschillende locaties en mentale beelden beter van elkaar onderscheiden kunnen worden. Een andere verklaring is dat het denkbeeldige traject door je huis complexer is (meer bochten, hoeken) waardoor het moeilijker wordt om informatie te onthouden.

Mnemotechnische middelen: vergelijkende studies

Sommige studies hebben een poging gedaan om verschillende technieken met elkaar te vergelijken in specifieke situaties.

  • Bower en Winzenz (1970) stelden vast dat het gebruik van interactieve mentale beelden of het maken van een zin met de woorden tot een beter resultaat leidt om woorden te onthouden die aan elkaar gekoppeld zijn dan om gewoonweg de woorden in een zin te lezen of de woorden te herhalen.
  • Foth (1973) vergeleek 3 kapstokmethodes en de methode van loci (met de onderdelen van een auto als referentiepunten) met een controlegroep zonder specifieke instructies bij het onthouden van tien nummer-woordparen. De mnemotechnieken leverden geen voordeel op bij het onthouden van de abstracte begrippen maar wel, met uitzondering van de loci-methode, een matig voordeel (ongeveer twee woorden) bij het onthouden van concrete begrippen.
  • Roediger (1980) vergeleek het effect van verschillende mnemotechnieken (mentale beeldvorming, de link-methode, kapstokmethode en loci-methode) bij het onthouden van woordenlijsten met twintig woorden in een willekeurige en in een specifieke volgorde in vergelijking met een controlegroep die enkel trachtte om de woorden verdiepend te herhalen door ze enkele keren luidop te lezen en tegelijkertijd na te denken over hun betekenis . De deelnemers werden zowel onmiddellijk na het instuderen getest alsook de volgende dag. Wanneer er geen rekening werd gehouden met de volgorde van de woordenreeksen bleek uit de test die onmiddellijk na het instuderen werd afgenomen dat alle groepen die gebruik maakten van mentale beelden significant beter scoorden dan de controlegroep. De link methode en loci behaalden betere resultaten dan de groep die enkel mentale beelden gebruikte. Tenslotte werd er ook een significant verschil vastgesteld tussen de kapstokmethode en de link methode, waarbij de laatste beter scoorde. Uit de test die een dag later werd afgenomen bleven deze resultaten overeind behalve dat er hier geen verschil meer was tussen de controlegroep en de groep die mentale beelden gebruikte en de kapstokmethode vertoonde significante lagere scores dan de andere methodes.Wanneer er wel rekening werd gehouden met de volgorde van de woorden bleek in de eerste test de kapstokmethode en methode van loci het beste resultaat op te leveren. De verdiepende herhaling en het gebruik van beelden leverde het minste resultaat op. De link methode scoorde beter dan de beeldgroep en de controlegroep. Een dag later werd er geen significant onderling verschil meer vastgesteld tussen de link methode, de methode van loci en de kapstopmethode. Wel scoorden de drie genoemde methodes beter dan de twee andere. Algemeen kon uit dit onderzoek worden geconcludeerd dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende mnemotechnieken en controlegroepen. De effecten waren evenwel redelijk klein wanneer de volgorde van de items geen rol speelde in vergelijking met wanneer dit wel mee in rekening werd genomen. De link methode, kapstok methode en methode van loci bieden meer houvast om woorden in een bepaalde volgorde te gebruiken dan de twee andere methodes. De laatste twee methodes scoren hierbij nog beter dan de link methode vermoedelijk omdat deze laatste methode enkel tot beter onthouden leidt als men de hele reeks onthoudt. Wanneer men een item vergeet zal dit een grotere impact hebben dan bij de kapstok of loci methode. Wordt er specifiek gepeild naar een woord op een bepaalde plaats in de lijst, bijvoorbeeld wat was het 15e woord, dan zal een kapstok methode vermoedelijk het beste resultaat opleveren.

De eindconclusie?

Heel vaak wordt gezegd dat mnemotechnieken slechts bruikbaar zijn in een beperkt aantal situaties, bijvoorbeeld om boodschappenlijstjes of de thema’s in een speech te onthouden. Toch is het mogelijk om mnemotechnische hulpmiddelen te ontwikkelen voor heel wat verschillende doeleinden ( Lorayne and Lucas, 1974, The memory book). Er bestaan heel wat indrukwekkende getuigenissen van mensen die via deze methodes tot opmerkelijke geheugenprestaties in staat zijn.

Toch blijkt de kracht van ‘mnemotechniek’ niet zo eenduidig uit wetenschappelijk onderzoek. Afhankelijk van de aard het materiaal zijn mnemotechnieken al dan niet makkelijker en met meer succes inzetbaar. Mnemotechnische middelen blijken vooral inzetbaar bij heel concreet materiaal dat zich makkelijk leent tot visualiseren en minder bij abstracte termen.

Ook de keuze van mnemotechniek kan je succes beïnvloeden. Afhankelijk van het doel dat je voor ogen hebt om informatie te onthouden blijken verschillende strategieën meer of minder geschikt te zijn. De voordelen van de kapstok methode en methode van loci bestaan er vooral in dat ze de mogelijkheid bieden om items in een bepaalde volgorde te onthouden. Dit is zeker een belangrijk aspect in heel wat verschillende taken zoals wanneer je de onderwerpen van een presentatie wilt onthouden. Bij andere opdrachten waarbij de volgorde niet zo van belang is, kan de linkmethode evenveel resultaat opleveren.

Sommige geheugentechnieken kun je, afhankelijk van het materiaal, makkelijk inzetten. Andere, zoals bijvoorbeeld de kapstokmethode, vereisen vooraf ook een zekere mate van training. Wanneer met dit alles rekening wordt gehouden bij het uiteindelijke rendement, lijken andere studietechnieken (bijvoorbeeld jezelf regelmatig toetsen) meer loon naar werken op te leveren! Geheugentechnieken kunnen je soms helpen, maar ze vallen soms ook door de mand!


Literatuur

    • Henry L. Roediger III, The Effectiveness of Four Mnemonics in Ordering Recall, Journal of Experimental Psychology: Human learning and Memory 1980, Vol. 6, No5, 558-567
    • John Dunlosky, Katherine Rawson, Elizabeth Marsh, Mitchell J .Nathan, Daniel Willingham: Applying Cognitive Psychology to Education: Translational
    • Keyword mnemonic and retention of second-language vocabulary words. By Wang, Alvin Y.; Thomas, Margaret H.; Ouellette, Judith A. Journal of Educational Psychology,  Vol 84(4), Dec   1992, 520-528.
    • Effects of keyword on long-term retention: Help or hindrance? By Wang, Alvin Y.; Thomas, Margaret H. Journal of Educational Psychology,  Vol 87(3), Sep   1995, 468-475.
    • First-Letter Mnemonics: Dam (Don’t Aid Memory), Les Carlson, John W. Zimmer & John A. Glover, The Journal of General Psychology, Volume 104, Issue 2, 1981
    • The delineation and application of three mnemonic techniques. Charles E. Boltwood, Kenneth A. Blick, Psychonomic science 08/1970
    • THE ROLE OF MEMORIZATION TECHNIQUES IN FINALS EXAMINATION PREPARATION‐‐A STUDY OF PSYCHOLOGY STUDENTS, M. M. Gruneberg, Educational Research, Volume 15, Issue 2, 1973
    • WHEN DO FIRST LETTER MNEMONICS AID RECALL? P. E. MORRIS, N. COOK, British Journal of Educational Psychology, Volume 48 Issue 1 (February 1978)
    • The first letter mnemonic. Nelson, Douglas L.; Archer, Cynthia S. Journal of Educational Psychology,  Vol 63(5), Oct   1972, 482-486. doi: 10.1037/h0033131
    • PRIOR USAGE OF THE FIRST-LETTER TECHNIQUE, CAROLE J. WAITE; KENNETH A. BLICK AND CHARLES E. BOLTWOOD, Psychological Reports, 1971, 29, 630
    • Learning scientific and medical terminology with a mnemonic strategy using an illogical association technique. Brahler CJ, Walker D., Adv Physiol Educ. 2008 Sep;32(3):219-24. doi: 10.1152/advan.00083.2007.
    • Effects of instruction on learners’ ability to generate an effective pathway in the method of loci, Cristina Massen; Bianca Vaterrodt-Plünnecke and Lucia Krings, Benjamin E. Hilbig, MEMORY, 2009, 17 (7), 724_731
Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: